februari 1st, 2010

Je moet er niet zo mee bezig zijn!
Het is maar een van de vele relativerende opmerkingen die je naar je hoofd krijgt als zwanger worden moeilijk is. Zal je omgeving je ooit écht begrijpen? Een onvervulde kinderwens is net een open zenuw. Die anderen onbedoeld maar pijnlijk kunnen raken. Goede communicatie met je omgeving is daarom heel belangrijk. Daarover gaat Open zenuw.


augustus 31st, 2010
(Gastblog)
De geboortekaartjes stapelen zich weer op, op de tafel in de kantine van mijn werk. Ook die van door iedereen geliefde ex-collega’s, van wie de dikke-buik-foto’s altijd op het prikbord worden gehangen. Altijd wel weer een volgende bolle buik, die de vorige opvolgt. Altijd weer zichtbaar dat het is gelukt, waar ik niet in slaag. De ‘dit is vruchtbare grond’-grappen zijn weer niet van de lucht, en ik bekort mijn aanwezigheid maar weer door snel nog een kop thee uit de automaat te trekken om vervolgens ongemerkt weg te glippen uit deze babypraat.
Door mijn hele medische mallemolen-traject slaag ik er niet in om bevallingsdata van anderen te vergeten. Ik weet precies hoeveel weken iemand zwanger is en wat de uitgerekende datum is. Ik weet dus ook dat er een periode komt waarin al die vrouwen tegelijk moeder worden. In de aanloop naar dat moment, waar ik al die tijd als een boer met kiespijn naar uitkijk, heb ik zo veel spanning opgelopen, dat ik een dik ontstoken oog heb. Een voor mij bekende kwaal, die me aangeeft dat ik moet ontspannen. Het is alsof mijn lijf zich verzet tegen mijn inmiddels deskundige tranenwegslik-acties van de laatste tijd.
Ooit, toen wij net de medische mallemolen in doken, grapten een toenmalige jonge stagiaire en ik al zuur dat zij vermoedelijk eerder een kind zou krijgen dan ik. Tussen de vele geboortekaartjes op tafel, ligt dat van haar prachtige dochter. Het voelt als een ultieme dolksteek in mijn huilende hart.
Janneke
Ook gastblogger worden? Mail dan even.
augustus 26th, 2010
Op fora waar over ivf wordt gesproken, komt het altijd wel een keer aan bod: de pijnlijke opmerkingen. Soms worden ze zelfs als kwetsend ervaren. In Open zenuw vind je een hele batterij aan one liners als ‘kinderen zijn ook niet zaligmakend’ of ‘anders neem je toch een hond?’. Iedereen met vruchtbaarheidsproblemen heeft minimaal één anekdote te vertellen als het gaat om hoe onhandig mensen kunnen communiceren.
Hoe dichter de persoon die het zegt bij je staat, hoe kwetsender iets kan overkomen. Want dat zijn juist de mensen van wie je steun verwacht. En het vervelende is, dat proberen ze ook te geven. Ze slaan alleen de plank mis. Dat bleek ook weer uit een aantal inzendingen voor een bijdrage over dit onderwerp voor het jubileumboek van Freya waar ik aan meewerkte. Iemands moeder gaf aan twee kleinkinderen wel genoeg te vinden, omdat kleinkinderen ook zorgen geven. De schoonmoeder van een ander wist te vertellen dat er nog geen zieltje was dat had besloten dat het bij hen wilde wonen.
Je kunt uitleggen hoe een opmerking bij jou overkomt, maar wees erop voorbereid dat mensen daar beledigd of verontwaardigd op kunnen reageren. Ze bedoelden het immers goed! Maar je hebt ze vast aan het denken gezet.
juli 23rd, 2010
(Gastblog)
Als wij geen kinderen krijgen, zullen wij een ander leven moeten leiden dan gepland. Waar moet dat leven naartoe? Wie heeft er een TomTom voor ons? ‘Ik zou het wel weten hoor,’ zeggen sommige ouders lachend, zich niet realiserend dat ik me op dat moment oprecht moet inhouden om hen niet met die denkbeeldige TomTom om de oren te slaan.
Voor ons gaat het niet om een vakantie waarbij de kinderen even uit logeren gaan, zodat paps en mams een moment voor zichzelf hebben. Het gaat over een leven lang zonder kinderen. Al die mijlpalen die we zullen missen. Geen eerste keer ‘mama’. Geen eerste stapjes. Niet samen op spokenjacht zodat het kind lekker kan slapen. Geen kusje op een wondje en het is weer over. Geen onzettend doorzichtige 1 aprilgrapjes waar je expres met open ogen intuint. Geen puberbuien, diploma’s, eerste liefdes(-verdriet), en kleinkinderen.
Ik ben de flauwste niet hoor. Natuurlijk zie ik dat een leven zonder kinderen voordelen heeft. Je houdt bijvoorbeeld meer geld over. Als ik weer eens de stad in duik om met een grote tas met kleren en rommel terug te komen, zegt mijn man heel lief: ‘Ja, het is niet dat we het aan luiers kunnen uitgeven, dus lekker van genieten, meissie.’
Toen wij op zoek gingen naar een ander huis, zeiden sommige mensen met een verwijtende ondertoon: ‘Jee, wat een enorme keet! Ja, júllie kunnen je zo’n luxeleventje wel permitteren! Gevolgd door: ‘Waar hebben jullie al die kamers voor nodig? Je hebt niet eens kinderen!’ Auw. Ik kan allerlei vlotte en gesmeerde commentaren verzinnen om iemand op zijn nummer te zetten, maar na zoveel domheid en onbegrip val ik alleen maar stil. Net als mijn TomTom.
Janneke
Ook gastblogger worden? Mail dan even.
juli 16th, 2010
(Gastblog)
Ik werk in een team met veel jonge vrouwen. Je kunt je kont niet keren of er komt weer iemand met ‘goed nieuws’. Slecht nieuws voor mij. Een team vol vrouwen betekent sowieso al een pauze vol gepraat over poepluiers, slapeloze nachten, tepelkloven en ‘ben jij ook ingeknipt?’. Er wordt weer nieuw HcG in de discussie gepompt met de verse zwangere erbij.
Ik kan het niet aanhoren, al zou ik wensen dat ik het van me af kon laten glijden. Het zal vast allemaal heel zwaar zijn hoor, ik geloof het echt, maar ik zou het allemaal zo graag mee willen maken. Doe mij al die kwalen maar, maar dan ook dat kind.
Zelf kreeg ik zeven miskramen. Elke keer als ik nét zwanger was, droomde ik van het moment dat ík een keer kon melden dat er goed nieuws was. Dat ik mee kon klagen, genietend van het feit dat ik misselijk was omdat ik een mensje in me had groeien. Elke keer als ik weer een miskraam had en als iemand anders wel met de melding kwam dat een kleintje op komst was, dacht ik: voordat jij bevalt, ben ik ook weer zwanger en dan blijft het wél zitten. Niet dus.
Tussen het geleuter over poepluiers en slaapgebrek door probeer ik zo hard mogelijk te denken dat ik ‘kindervrij’ ben. Mijn slapeloze nachten komen niet van een kind, nee. Wel van het gebrek daaraan.
Janneke
Ook gastblogger worden? Mail dan even.
juli 7th, 2010
(Gastblog)
Ik kom binnen in de wachtkamer van de tandarts. Er is nauwelijks plaats maar in het hoekje zijn nog twee stoelen vrij. Ik betrap mezelf voor de zoveelste keer op het feit dat ik eerst rondkijk of er misschien zwangere vrouwen aanwezig zijn. Tot mijn opluchting zie ik die niet.
Of de duvel er mee speelt, komt er nog geen minuut later een dikke buik binnen. De enige plek die nog vrij is, is naast mij. De lucht slaat uit mijn longen wanneer ik me realiseer dat dit misschien wel het meest dichtbij een zwangerschap is dat ik ooit zal zijn. De tegenstelling is compleet wanneer ik voel dat ik ontzettend mijn best doe om te ontspannen omdat ik anders stik, daar in die bloedhete wachtkamer, zittend naast die bolle berg waar dat wezentje in groeit en de nog grotere leegte die in mijn buik prijkt.
Tot overmaat van ramp gaat de vrouw vol liefde haar babyberg zitten kriebelen en koesteren. Ik voel de misselijkheid opkomen. Misselijk van jaloezie en verdriet probeer ik dingen te verzinnen om die vrouw te kunnen haten. Andere mensen gaan zichzelf toch ook niet lekker zitten kriebelen en aaien in een publieke ruimte? vliegt er al snel door mijn gedachten. Ik span me in om meer gedachten op te roepen die maar afleiden van het feit dat zij wél die buik heeft om te kriebelen en te koesteren. Zij wél. Ik niet.
Goddank schalt mijn naam door de wachtkamer. Een chagrijnige tandartsassistente redt me, zonder het te beseffen, uit mijn persoonlijke hel. Ik veer op uit mijn stoel en probeer nonchalant niet door mijn benen te zakken van ellende. In mijn hele leven ben ik nog nooit zo blij geweest om in de tandartsstoel plaats te nemen.
Janneke
Ook gastblogger worden? Mail dan even.
juli 7th, 2010
Vanaf vandaag kun jij hier als gastblogger je ei kwijt over jouw eigen ‘Open zenuw’-ervaringen. Mij luchtte het opschrijven van mijn ervaringen altijd ontzettend op. Later publiceerde ik alle columns in Open zenuw. Een voorbeeld:
Kaartje
Mijn kinderwens is een project geworden. Of als ik eerlijk ben: een obsessie. Maar hoe kan het ook anders? Elke dag ben ik ermee bezig, ik loop de deur plat bij het ziekenhuis. Al tientallen keren heb ik een teleurstelling meegemaakt. Voortdurend leef ik tussen hoop en vrees. Ik zit in een emotionele achtbaan en niemand kan de stopknop vinden.
Volgespoten met hormonen verschijn ik op mijn werk, waar ik de ene na de andere collega in gedachten de wind van voren geef. Thuisgekomen ontdek ik dat de macaroni op is, waardoor ik in een hysterische huilbui uitbarst. Als ik eindelijk slaap, droom ik dat ik de opblaasbare ooievaar van de buren lek steek. Honderd keer.
Intussen moet ik door. Leven alsof er niets aan de hand is. Blij zijn als iemand aankondigt dat ze zwanger is. Kaartjes sturen, babycadeautjes kopen. Met een grote glimlach op kraamvisite gaan. Wat is er toch veel aandacht als het je lukt om een baby te krijgen. En ik dan? Wie stuurt mij dat kaartje omdat ik niet zwanger ben?
Denise
Ook gastblogger worden? Mail dan even.