Opnieuw een periode van de ene zwangerschapsmelding na de andere. Bij elke blije boodschap is het of ik een stapje terug in het proces van verwerking ga.
Ik moet naar de supermarkt, maar zie er als een Mount Everest tegenop. Daar aangekomen, baan ik me een weg tussen de moeders met kinderwagens. Ik ruk zo snel mogelijk alles wat ik nodig denk te hebben uit de schappen. Zo snel mogelijk die winkel uit, is alles wat ik denk.
Bij de kassa aangekomen weet ik niet hoe gauw ik mijn boodschappen op de afruimband moet kwakken. Ik wil mijn portemonnaie uit mijn zak trekken, maar het enige wat erin zit, is een verhabbezakt boodschappenlijstje van lang geleden.
De kassière kijkt me verveeld en geïrriteerd aan. Ik slik mijn tranen weg, excuseer me veel te vaak, en zeg vijf keer dat het zo stom van me is. Iedereen kijkt me aan wanneer ik alles achter ‘het hekje’ (voor portemmonaie- en pincode-vergeters) zet. Nu moet ik dus opnieuw naar huis, en nog erger, nóg een keer deze vreselijke exercitie. Het verlangen om onder mijn dekentje op de bank te kruipen is immens.
Ik hol zo gauw mogelijk op en neer en kom dus voor de tweede, en dus ook derde en vierde keer langs de wegwerkers, die het schijnbaar hilarisch vinden dat ik ze al voor de zoveelste keer vandaag passeer. Ze zien wel aan mijn gezicht dat het beter is om me géén zogenaamd geile opmerking toe te werpen. Vervolgens realiseer ik me dat ik momenteel echt geen ‘catch’ ben, wanneer ik briesend mijn onelegante boodschappentas met onhandig lang handvat naar huis zeul.
Het kan me niet schelen. Naar huis, en wel zo snel mogelijk. Al moet ik een mammoet in die tas meesleuren. Ik wil NU naar huis!
Thuisgekomen voel ik me zó incapabel. Zó naar. Zó ongeschikt en onflatteus. “Die spreekwoordelijke mammoet die ik meegesleurd moet zien te krijgen, ben ik zelf,” sis ik mijzelf toe. Meteen besluit ik om maar weer streng te gaan lijnen.
Later, wanneer de bui wat is gezakt, vraag ik me af waarom die blije boodschappen toch vaak dit vernietigende effect op me hebben. Wat zou ik gedaan of gezegd hebben als ik mijn beste vriendin was? Ik zou haar geknuffeld hebben, een warm bad hebben laten vollopen, lekker badzoutje erin, koppie thee erbij en een lief kaarsje aan. Ik zou juist lief voor haar zijn, en haar overtuigen dat kritiek niet verdiend en ook niet helpend is.
De ongezouten zelfkritiek maakt plaats voor bruisend badzout in een heerlijk helend heet bad, en wanneer ik mezelf daarin laat glijden, glijden de blije en minder blije boodschappen van de dag langzaam van me af.
Janneke
Goede communicatie met je omgeving is heel belangrijk. Daarover gaat Open zenuw.

Of bekijk eerst de inhoudsopgave en een compleet hoofdstuk.